Schrijfresidentie in Het Lijsternest

Toen het decembernummer 2020 van literair-historisch tijdschrift “Zacht Lawijd” in akim a.j. willems’ brievenbus viel, was hij in eerste instantie nieuwsgierig naar Hans Renders’ bijdrage over “Nelly van Doesburg, het ‘onmisbare dadaïstische muziekinstrument van Europa’”. Maar het was uiteindelijk de bijdrage van Jeroen Cornilly – “Verering voor het boek als boek. Stijn Streuvels’ kerstverhalen gedrukt bij De Eikelaar” – die hem het meest verraste.

Cornillys bijdrage gaat over over 3 kerstverhalen die Streuvels, in december 1927, november 1928 en november 1929, schreef en in beperkte oplage bibliofiel liet uitgeven bij de meesterdrukkers van drukkerij De Eikelaar in Kortrijk.

Geprikkeld door het artikel ging akim a.j. willems, chronische bibliofiel die hij is, in antiquariaten op zoek naar de drie verhalen en verslond ze nog voor het jaar ten einde was. Het zijn prachtige, bij momenten quasi-surrealistische vertellingen – iets dat hij niet verwacht had bij Streuvels – over menselijke zelfbegoocheling in ronkend oud Vlaams.

akim a.j. willems nam zich toen al voor om zich aan te melden voor een schrijfresidentie in Het Lijsternest, het voormalige huis van Streuvels, maar raakte de deadline voor aanmelding uit het oog.
Met een jaar vertraging stelde hij alsnog zijn kandidatuur met de bedoeling om te schrijven aan een modern kerstverhaal – wellicht in de vorm van een gedichtencyclus, maar het zou ook proza kunnen worden – waarin de menselijke zelfbegoocheling het uitgangspunt is; net als bij Streuvels en toepasselijk voor een tijdperk waarin ‘fake news’ en ongeïnformeerdheid kwalijke gevolgen hebben voor de samenleving.

Vandaag kwam de bevestiging dat dat plan plaats kan vinden.

In samenwerking met een ‘private press’ hoopt akim a.j. willems van het kerstverhaal ook een mooie, bibliofiele uitgave te maken, zoals Streuvels hem dat bijna een eeuw geleden voordeed.

Mannen maken plannen: schrijfresidentie in Het Lijsternest

Toen het decembernummer van literair-historisch tijdschrift “Zacht Lawijd” (jaargang 19, nr. 4) in de brievenbus viel, was ik in eerste instantie erg nieuwsgierig naar Hans Renders’ bijdrage over “Nelly van Doesburg, het ‘onmisbare dadaïstische muziekinstrument van Europa’”. Maar het was uiteindelijk de bijdrage van Jeroen Cornilly (“Verering voor het boek als boek. Stijn Streuvels’ kerstverhalen gedrukt bij De Eikelaar”), over 3 kerstverhalen die Streuvels in 1927, 1928 en 1929 schreef en bibliofiel liet uitgeven,die mij het meest verraste.

Ondertussen kocht en las ik de drie uitgaves – prachtige, bij momenten quasi-surrealistische vertellingen over menselijke zelfbegoocheling in ronkend oud Vlaams – en weet ik het wel zeker: ik wil in 2022 op residentie in Het Lijsternest om een (modern) kerstverhaal te schrijven/dichten. En bibliofiel uit te (laten) geven.